3-4-2008
Zoals ik eerder melde op deze site zal ik een aantal begrippen aan de orde stellen die niet zozeer actualiteitswaarde hebben, maar wel van belang kunnen zijn. Vandaag de vraag over de toepassing van de kantonrechterformule bij het sociaalplan.
De kantonrechterformule houdt zeer globaal in dat er bij ontslag bij een conflict per gewerkt jaar een maand vergoeding wordt gegeven. In dat geval is de correctiefactor één, bij een hogere correctiefactor wordt er dus meer betaald en bij een lagere minder.
Soms is in een ontslagzaak een sociaal plan van toepassing. Vaak wordt in sociale plannen de kantonrechterformule overgenomen. Maar niet altijd. Als het met een instelling financieel slecht gaat, wordt in het sociaalplan vaak een ontslagvergoeding afgesproken die minder bedraagt dan een vergoeding op grond van de kantonrechterformule. Het is dan de vraag welke vergoeding van toepassing is.
Als het sociaalplan is overeengekomen met voldoende representatieve (categorale) vakbonden, dan zal de kantonrechter normaal gesproken het sociaalplan volgen. Als de kantonrechter echter van oordeel is, dat onverkorte toepassing van het sociaalplan voor de betrokken werknemer tot een evident onbillijke uitkomst leidt, zal hij toch de kantonrechterformule hanteren. Maar ook in die situatie zullen de slechte financiële omstandigheden van het bedrijf voldoende grond kunnen zijn om de correctiefactor in ieder geval niet hoger dan één te laten zijn.
Als het sociaalplan eenzijdig door de werkgever is vastgesteld, dan zal de kantonrechter er over het algemeen weinig waarde aan hechten. Hij zal dan de kantonrechterformule toepassen. Dit geldt ook als het sociaalplan niet met vakbonden maar met de ondernemingsraad is afgesproken. Kantonrechters zijn namelijk van mening dat ondernemingsraden onvoldoende onafhankelijk zijn.
Carel van den Bergh
Serviceloket |