30-5-2006
Veel psychiatrische patiënten wonen tegenwoordig buiten de instelling. Zij lopen op straat en plegen delicten als gevolg van hun stoornis. Hierdoor komen mensen in tbs-klinieken terecht, die voorheen binnen een psychiatrische instelling goed te behandelen waren. Daarnaast zitten nu (na de omslag in de jaren ’70) patiënten in een tbs- of psychiatrische kliniek, die dertig jaar geleden als gevaarlijke en onbehandelbare psychopaten in de gevangenis zaten. Daarvan zit een deel (dat onvoldoende delicten gepleegd heeft voor justitie en tbs) in de reguliere psychiatrie. Sommigen zijn gevaarlijk voor hun omgeving en niet behandelbaar. Zij vallen onder de dagelijkse zorg van verpleegkundigen, terwijl behandeling niet mogelijk is. NU’91 is van mening dat deze groep patiënten tussen wal en schip valt en dat de verpleegkundigen onacceptabele risico’s lopen.
Wat zegt de wet De Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet 1998) bevat in hoofdzaak voorschriften van algemene aard en vormt daarmee een kaderwet voor arbeidsomstandigheden. In het Arbo-besluit en de Arbo-regeling is het basisniveau van bescherming vastgelegd. Een van de bijzondere onderwerpen van het arbeidsomstandighedenbeleid is “seksuele intimidatie, agressie en geweld. Hierin staat dat de werkgever in het kader van het algemene arbeidsomstandighedenbeleid een beleid te voeren om de werknemer te beschermen tegen seksuele intimidatie, agressie en geweld. In het zakboek Arbo-wet staat (editie 2004-2005): “Het gaat om algemene zorgverplichting: de werkgever moet zorgen voor zoveel mogelijk bescherming tegen beide verschijnselen (agressie en geweld) en tegen de nadelige gevolgen ervan”. De werkgever heeft hierbij de verplichting om de onderwerpen te betrekken bij systematische inventarisatie en evaluatie, plan van aanpak, overleg met OR, voorlichting, onderricht .e.d.
Wat zegt de CAO (2005-2006) “De werkgever dient een samenhangend beleid te ontwikkelen met betrekking tot veilig en gezond werken. Dit beleid omvat onder andere het aangiftebeleid bij de politie, de veiligheid in en rondom het gebouw en de opvang na een agressie-incident.” (Hoofdstuk 9 Arbeid en Gezondheid)
“De werkgever neemt maatregelen om de lichamelijke en geestelijke integriteit van de werknemer te waarborgen. Het gaat om alle mogelijke vormen van bedreiging en intimidatie die deze integriteit kunnen aantasten en waarmee de werknemer in het werk – van welke zijde ook – geconfronteerd kan worden. Het voorkómen staat centraal, waarbij ook voor de werknemer een rol is weggelegd. Het is de werknemer duidelijk met wie hij dergelijke problemen kan bespreken zodat ieder concreet geval tot een oplossing of een maatregel leidt.” (Hoofdstuk 9 Arbeid en Gezondheid) én (Hoofdstuk 17 Sociaal Beleid)
Historie veilige zorg in de GGZ Naar aanleiding van de Arbo-wet heeft de GGZ Werkpakketten bij het arboconvenant 2001-2003 gemaakt. In dit convenant werden instellingen gestimuleerd om medewerkers minder bloot te stellen aan een te hoge psychische belasting en de afspraak dat voor december 2003 elke instelling een Monitor psychische belasting ontwikkelt. Op basis van de resultaten moet de instelling een plan van aanpak maken. Ongeveer de helft van de instellingen heeft een plan van aanpak gemaakt. Weer de helft heeft de maatregelen ook daadwerkelijk geïmplementeerd. Op dit moment wordt een evaluatieonderzoek gehouden naar de plannen van aanpak, dat voor de zomer kan zijn afgerond.
Wat is de rol van de verpleegkundige? Wanneer de patiënt behandelbaar is, zal de verpleegkundige deze behandelen en verplegen, hoe gevaarlijk de patiënt ook is. De werkgever dient ervoor te zorgen dat de werkomgeving veilig is (zie Arbo-wet en CAO). Als de werkomgeving niet veilig is heeft de verpleegkundige de verantwoordelijkheid hierop aan te dringen bij zijn werkgever.
Er zijn grenzen aan verpleegkundig handelen. Wanneer moet verpleegkundig handelen staken? De veiligheid van de verpleegkundige staat bovenaan. Desnoods ten koste van de patiënt. Een verpleegkundige werkzaam in de GGZ is opgeleid en heeft de verantwoordelijkheid om ook met gevaarlijke patiënten en situaties om te gaan. De verpleegkundige zal zonder aanschijn des persoon de behandeling uitvoeren. Maar dit mag nooit ten koste gaan van de veiligheid van de verpleegkundige. In sommige gevallen, bijvoorbeeld als de situatie levensbedreigend is voor de verpleegkundige, moet zelfs worden gekozen voor opsluiting of separeren, ook al brengt dit een nadeel voor de patiënt met zich mee.
Wat moet er gebeuren met gevaarlijke patiënten in psychiatrische instellingen, die onbehandelbaar zijn? NU’91 vindt dat gevaarlijke patiënten, die niet behandeld kunnen of willen worden, in een beveiligde setting terecht moeten kunnen. Er moeten richtlijnen komen voor het plaatsen van chronisch gevaarlijke patiënten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot overplaatsing naar een beveiligde setting, maar ook het creëren van een zodanige veilige situatie in de reguliere GGZ, dat de verpleegkundige de behandeling voort kan zetten zonder gevaar voor eigen leven.
NU’91 meent dat het oordeel van de verpleegkundige en psychiater uitgangspunt moet zijn voor de vraag of een patiënt behandelbaar is of niet.
Waar horen deze patiënten thuis? NU’91 signaleert slechts dat er een groep patiënten is die tussen wal en schip valt. Ook de Inspectie Volksgezondheid lijkt zich geen raad te weten met deze gevallen. Het is de taak van de overheid om voor dit grijze gebied een voorziening te treffen. NU’91 roept de politiek hiertoe op!
NU’91 zal deze gevallen blijven volgen en achter haar leden staan. |