x

optimale ervaring

Als u optimaal van onze website wilt genieten, raden we u aan uw browser bij te werken naar de meest recente versie.
chrome mf ie
Inloggen
AMvB Wmo leidt niet tot reële kostendekkende tarieven

Werknemersorganisaties NU’91, CNV Zorg & Welzijn en FBZ en werkgeversorganisaties Actiz en BTN hebben de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Wmo die onlangs in de Staatsblad is gepubliceerd, getoetst aan eerder gestelde criteria die in de cao VVT zijn afgesproken. Helaas is de gezamenlijke conclusie dat de AMvB geen garantie biedt dat gemeenten reële tarieven gaan betalen voor Wmo-zorgtaken. Hierdoor wordt de race to the bottom in de Wmo niet gestopt.

Zorgorganisaties worden al jaren geconfronteerd met te lage tarieven in de Wmo. Cao-partijen  dringen al geruime tijd aan op een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die ervoor moet zorgen dat in de Wmo door gemeenten reële, kostendekkende  tarieven worden betaald voor de Huishoudelijke Hulp en Begeleiding die zorgorganisaties leveren. Deze AMvB dient een eind te maken aan de ‘race to the bottom’ van de te lage tarieven die gemeenten tot nu toe betalen. Want alleen dan kunnen medewerkers conform de cao betaald worden en is er voor zorgorganisaties een goede bedrijfsvoering mogelijk. En kunnen we cliënten die dat nodig hebben, blijven ondersteunen.

Ons uitgangspunt bij de AMvB is dan ook altijd geweest dat gemeenten bij Wmo-aanbestedingen een tarief moeten vaststellen waarin de loonkosten, waaronder ook loonstijgingen, de bedrijfskosten en de kosten van gemeentelijke eisen zijn gedekt. Zorgorganisaties moeten het tarief van gemeenten hierop kunnen beoordelen.   

Op 23 februari 2017 is de AMvB Wmo in het Staatsblad gepubliceerd. Cao-partijen ActiZ, BTN, FBZ, CNV Zorg en Welzijn en NU’91 hebben gezamenlijk de inhoud van deze AMvB getoetst aan de eerder gestelde criteria die in de CAO-VVT zijn afgesproken.

Helaas hebben cao-partijen unaniem moeten concluderen dat de AMvB geen garanties biedt dat gemeenten reële tarieven gaan betalen voor de zorg en ondersteuning die zorgorganisaties in het Wmo-domein leveren. Dit heeft tot gevolg dat er geen aparte salarisschaal voor medewerkers in de Huishoudelijke Hulp wordt ingevoerd. De race to the bottom wordt op deze manier dus helaas niet gestopt.

De belangrijkste argumenten voor het oordeel van cao-partijen zijn:

  • de AMvB geeft gemeenten de mogelijkheid zelf geen tarief vast te stellen, maar dit aan aanbieders over te laten. In de CAO-VVT is nadrukkelijk afgesproken dat gemeenten zelf objectief en transparant het tarief moeten vaststellen. Hierdoor blijft het voor gemeenten nog steeds mogelijk om een niet reële tariefstelling te contracteren;
  • de kostprijselementen zijn niet respectievelijk onvoldoende concreet gedefinieerd en uitgewerkt. Daarmee blijft onduidelijk wat daaronder wordt verstaan en welke maatstaf onder de berekening van het tarief ligt;
  • de AMvB schrijft geen verplichte indexatie van de tarieven voor, maar laat dit over aan afspraken van gemeenten met zorgaanbieders. Daarmee wordt niet gegarandeerd dat ook stijging van kosten, zoals loonkosten als gevolg van loonsverhogingen op grond van cao-afspraken, worden verdisconteerd in het tarief;
  • de AMvB laat andere prijsstellingen dan tarieven per uur open, waaronder resultaatfinanciering. De basis voor de prijsstelling is daarbij slechts een aanname op het aantal uren. Als deze in de praktijk te laag is, dan leidt dit (PXQ) automatisch tot een lagere prijs in de uitvoering dan berekend. Gemeenten laten dit risico bij de aanbieders, waarmee geen sprake is van een kostendekkende prijsstelling. 

 Klik hier voor de conclusie van de cao-partijen.